Tot wel 70% besparen op overlijdensrisicoverzekeringen, of toch niet?

Tijdens de uitzending van Tros Radar op 4 maart stonden de te hoge premies voor overlijdensrisicoverzekeringen centraal. De boodschap was helder: de kijkers konden tot wel 70 procent besparen op hun huidige overlijdensrisicoverzekering die voor 2008 is afgesloten.  Dit scheelt de consument weer duizenden euro’s aan weggegooide premie en wie wil dat nu niet? Ondergetekende ging er die avond tussen half negen en negen eens goed voor zitten. Eindelijk het hele verhaal over overlijdensrisicoverzekeringen?

Gastvrouw Antoinette Hertsenberg had twee deskundigen uitgenodigd te weten de heer de Bilde, de voorzitter van de Vereniging Onafhankelijke Financieel Planners en de heer Hilhorst namens de grootste ‘onafhankelijke’ vergelijkingssite van Nederland. Beide heren gaven op de vraag waarom de premies zo veel goedkoper konden aan dat dit respectievelijk komt door de mogelijkheid van provisievrije producten en het feit dat mensen steeds ouder worden, lees de nieuwe sterftetabellen. Helaas werd geheel voorbij gegaan aan het verhaal van wat er gebeurt met de ‘premievrije waarde’ op het moment dat de consument zijn overlijdensrisicoverzekering beëindigd om op ‘advies’ van Tros Radar over te stappen naar een goedkopere aanbieder. Zeker omdat dit dossier al op het bordje ligt van onze kersverse minister van Financiën!

Praktijkcasus

Een man Piet Fransen (13-11-1972), niet-roker, heeft in juli 2008 een overlijdensrisicoverzekering afgesloten voor 50.000 euro (gelijkblijvend). De verzekering loopt nog tot juli 2032. Op dit moment betaalt deze meneer bij RVS 18,99 euro per maand. Bij TAF Quantum Leben zou hij voor dezelfde verzekering 6,55 euro per maand betalen. Dat scheelt maandelijks 12,44 euro. Over de resterende looptijd (228 maanden) komt dat neer op een besparing van 2.836 euro. (Hier gaan alleen nog de eventuele bemiddelingskosten vanaf).

Wie van de drie?

Piet Fransen uit het voorbeeld heeft vanaf juli 2008 tot aan de dag van vandaag 57 maanden lang premies betaald. In totaal een bedrag van 1.082,43 euro, ofwel 18,99 euro per maand. Op het moment van afsluiten van de verzekering was deze man 32 jaar oud en op einddatum 59 jaar. De maandpremie blijft in dit voorbeeld gedurende de gehele looptijd gelijk. Omdat de kans op overlijden toeneemt naarmate Piet ouder wordt betekent dit dat hij vooral gedurende de eerste helft van deze verzekering te veel premie betaald. Deze te veel betaalde premies stopt de verzekeraar in een premiespaarpot. Deze pot met geld heeft de verzekeraar nodig op het moment dat de maandpremie van 18,99 euro te weinig blijkt te zijn bijvoorbeeld gedurende de laatste paar jaar van de looptijd van de verzekering. Wat gebeurt er met dit bedrag wanneer Piet nu 41 jaar oud overstapt naar de goedkopere verzekeraar TAF?

Er zijn drie mogelijkheden. De eerste mogelijkheid is dat er niets gebeurd. Ofwel de verzekeraar steekt de premiespaarpot in eigen zak en gebruikt deze premies deels om de premies voor andere klanten laag te houden. Je kunt ook stellen: ze steken het in eigen zak en overtreden daarmee de wet. Voor de liefhebber BW 7.978, lid 2. Ongeveer een derde van alle verzekeraars hanteert deze voor uw klanten nadelige methode. Alleen wanneer de klant niet naar Radar kijkt en zijn verzekering niet voortijdig beëindigd is hij mogelijk voordeliger uit bij dit type verzekeraars.

Uw klant heeft dus bij het stoppen van een overlijdensrisicoverzekering volgens de letter van de wet recht op teruggave van de te veel betaalde premies. Desondanks hoeft de verzekeraar uw klant deze premiespaarpot niet uit te keren. In 2008 heeft de wetgever bepaald dat een verzekeraar de premiespaarpot weliswaar niet in eigen zak mag steken, maar mag volstaan met het afgeven van een premievrije polis. Alleen als de verzekerde som van de premievrije polis lager is dan 5.000 euro mag het geld op legale wijze toekomen aan de verzekeraar. De meeste verzekeraars hebben voor deze methode gekozen. Dit klinkt leuk en aardig, maar is niet erg flexibel en zeker niet de voor uw klanten en Piet Fransen uit onze casus voordeligste oplossing.

De beste methode – maar niet voor de verzekeraar – is dat de klant bij beëindiging van zijn overlijdensrisicoverzekeraar de premiespaarpot retour ontvangt. Even terug naar Piet. Overstappen naar TAF is de goedkoopste oplossing, alleen TAF behoort volgens de Geldgids van de Consumentenbond (zie nummer december 2012) tot die verzekeraars die de premiespaarpot in eigen zak steekt. Kortom beëindigd Piet voor juli 2032 nogmaals zijn overlijdensrisicoverzekering, dan is hij de te veel betaalde premie kwijt. Een betere oplossing is om over te stappen naar bijvoorbeeld Leidsche verzekeringen (voor alle duidelijkheid dit is een voorbeeld er zijn nog meer goede verzekeraars). De premie daar komt neer op 8,67 euro per maand. Dit is 2,12 euro per maand meer dan bij TAF, echter bij vroegtijdig beëindigen ontvangt Piet bij Leidsche geld terug uit de premiespaarpot met als gevolg dat niet TAF maar de verzekeraar uit Barendrecht in dit voorbeeld de ‘beste’ keuze voor Piet is. Eind al goed. Piet bespaart per maand ten opzichte van zijn oude verzekering bij RVS ruim een tientje per maand. Over de hele looptijd – tot juli 2032 – een bedrag van 2.353 euro.

Nog een bijkomend voordeel is dat Leidsche verzekeringen geen en-bloc clausule hanteert. Ongeveer de helft van alle verzekeraars hanteert geen en-bloc clausule en dit is vaak goed voor de klant. Dit betekent namelijk dat de verzekeraar niet eenzijdig de premie mag verhogen. Andersom betekent dit ook dat ongeveer de helft van alle andere verzekeraars wel eenzijdig de premie mag verhogen. Pas daar voor op.

Tips & tricks

Let op de volgende punten:

  1. Als u wilt overstappen, moet u dus even controleren of de ORV los is of versleuteld in een spaar-/beleggingspolis en of de ORV verpand is aan de bank. Indien dat het geval is, moet u aan de bank vragen welke eisen er aan de ORV worden gesteld.
  2. Let op dat u nooit uw oude ORV stopzet, voordat u een nieuwe af hebt gesloten. Doet u dat wel dan kan de financiering van uw huis in gevaar komen.
  3. Een ORV kunt u afsluiten met een gelijkblijvende dekking zijn, een lineair dalende dekking of een annuïtair dalende dekking.
  4. Bij een gelijkblijvende dekking is de uitkering de gehele looptijd gelijk. Bij een lineair dalende dekking neemt de uitkering elke maand af met hetzelfde percentage. Bij een annuïtair dalende dekking is de uitkering in het begin hoog en aan het einde van de looptijd laag.
  5. Daarnaast kunt u een dekking op een of op twee levens afsluiten. En kiezen of u de premie wilt splitsen of niet. Als u deze keuzes moeilijk zelf kunt maken, dan adviseren we u graag.
  6. Kies voor een verzekeraar die de premiespaarpot aan u terugstort bij het vroegtijdig beëindigen van de verzekering.
  7. Kies voor een verzekeraar die geen en-bloc clausule hanteert

Uiteraard kan een planner van de FPA u ter zijde staan. U kunt bezwaar aantekenen indien hun huidige verzekeraar de premiereserve in de eigen zak steekt. Een voorbeeldbrief treft u aan op de site van de consumentenbond en uiteraard is een brief richting de KiFid ook geen slecht idee.

Er zijn inmiddels als Kamervragen gesteld aan minister Dijsselbloem. Verder heb ik uit betrouwbare bronnen vernomen dat Dijsselbloem inmiddels in gesprek is met onder andere de AFM over dit onderwerp.

Ramón Wernsen – Bruin MFP, CFP®

Financieel planner

zp8497586rq

Written by

radyo dinle canlı radyo dinle radyo dinle canlı radyo dinle